l'equilibrio = de balans
il bilancio = de balans van een bedrijf / jaarrekening
la bilancia = de weegschaal (zie ook: Een groot verschil tussen o en a en e)
il codice = de code
la coda = de staart / rij / file
accogliente = verwelkomend
gezellig kun je niet met één woord vertalen!
l'argomento = het onderwerp
il soggetto = de figuur (che soggetto strano è lui!)
la storia = de geschiedenis / het verhaal (dus niet 'historia'!)
lo storico = de geschiedkundige
il centro storico = de (oude) stadskern
una calamita = een magneet (maar magnete kan ook in strikt technische zin)
prendere = nemen
maar meenemen = portare (zie ook: Portare of prendere?)
un garage = een garage aan huis
un'officina = een werkplaats (dus ook voor reparatie van auto's)
un toast = een tosti
il pane tostato = geroosterd brood (tostare = roosteren)
una zanzara = een mug
una mosca = een vlieg
di fronte = tegenover
davanti = voor (als plek)
parenti = familie
genitori = ouders
una mina = een landmijn
una miniera = een mijn (voor grondstoffen)
valutare = evalueren
la valuta = de valuta
una medicina = een medicijn
medicare = een wond verzorgen
un medicamento = iets om een wond mee te verzorgen
una data = een datum
un dato = een gegeven (zie ook: Een groot verschil tussen o en a en e)
la spiegazione (niet esplicazione) = de uitleg
spiegare (niet esplicare) = uitleggen
la carta = het papier
la mappa = de landkaart
(una cartina kan ook een landkaart betekenen, van 'cartina geografica')
la riabilitazione = de revalidatie
la tazza = het kopje
la tassa = de belasting (zie ook: Een groot verschil tussen o en a en e - want 'tasso' bestaat ook)
una ciotola = een kom / schaal
un piattino = een schotel
il governo = de regering (vaak word 'governamento' gebruikt en dat is verkeerd!)
la tegola = de dakpan
la piastrella = de tegel
lo studio medico = de huisartsenpraktijk
la pratica = de praktijk (tegenovergestelde van theorie) / het dossier
sparire (niet disparire) = verdwijnen
affittare = huren van vastgoed (affitto una casa)
noleggiare = huren van losse dingen (noleggio un macchina)
un'arancia = een sinaasappel
arancione = oranje (zie ook: I colori - de kleuren)
la salute = de gezondheid
i saluti = de groeten
l'antibiotico - gli antibiotici (antibiotica wordt niet gebruikt in het Italiaans)
la discarica = de vuilstort
una storta = een verstuiking
ignorare = negeren
negare = ontkennen
riservare = opzij leggen / bewaren
prenotare = boeken
una nota = een notitie
notare = je iets opvallen / noteren
una notizia = een nieuwtje
lei è un po’ depressa (niet depressiva)
lui è stato depresso a lungo
era una situazione deprimente
avviso = waarschuwing (zie ook Advies of waarschuwing?)
prima = eerder / ervoor (en dus niet uitstekend zie ook: Prima)
accidenti! = jeetje! / verdorie!
incidente = ongeluk
stupendo = fantastisch en niet stom (dat is stupido)
la riunione - le riunioni = de vergadering en niet alleen reünie!
domani ho una riunione importante = morgen heb ik een belangrijke vergadering
regolare is niet regelen van iets, dat is organizzare
regolare la temperatura = de temperatuur instellen
ci pensi te? = regel jij het?
organizziamo la riunione noi o ci pensate voi? = regelen wij de vergadering of doen jullie dat?
vietare = verbieden
un divieto = een verbod
il panno = de doek
la pentola = de pan
l’erba = het gras
il grasso = het vet
la tasca = de broekzak
il compito = de taak
spirituale = spiritueel
spiritoso = grappig (op flauwe manier)
reclamare = fare un reclamo = geld terugvragen
fare pubblicità = reclame maken
serioso is verkeerd: goed is serio
è una persona seria / lui è serio
il divano = (luie) bank
la banca = de bank (waar je geldzaken regelt)
la panca = de houten bank zonder rugleuning
il banco = de werkbank
due gemelli = een tweeling
tre gemelli = een drieling
fare una lezione (niet ‘dare’ una lezione)
il bidone = de vuilnisbak
la borraccia = het bidon (voor op de fiets)
potare = snoeien en niet poten (dat is piantare)
l'aereo = het vliegtuig
un'area di sosta = een stopplek langs een autobaan
un posto = een plek
una zona = een gebied
una regione = een 'provincie' die heten in Italië 'regione' zoals Toscana, Umbria of Lombardia
un colloquio di lavoro = een sollicitatiegesprek
sollecitare = aandringen (sollecitare un pagamento = dringend verzoeken om te betalen)
cercare un lavoro / candidarsi = solliciteren
un direttore d’orchestra = een dirigent
un dirigente = een directeur
un compositore = een componist (‘componista’ is verkeerd!)
un trampolino = een duikplank
un tappeto elastico = een trampoline
una sensazione = een gevoel (niet 'un sentito')
un sentimento = een sentiment
la cantina = de kelder
la mensa = de kantine
trasparente = transparant ('trasparante' bestaat niet in het Italiaans)
traspirante = ademend (van bv kleding)
l’altezza = de hoogte (niet 'altitudine') - siamo a un'altezza di 3000 metri
la quota = de hoogte (en het aandeel enz) - siamo a una quota di 3000 metri
l'indirizzo = het adres (gebruik je alleen als adres en niet als ‘plek’)
altrimenti (altrimento bestaat niet!)
pieno = vol
riempire = vullen
la patente = het rijbewijs
il brevetto = het patent