Hoe zeg je 'soms' in het Italiaans

Af en toe of soms lijkt eenvoudig om te zeggen, maar het duurt even voor de meeste studenten Italiaans erin slagen. In het Italiaans gebruik je namelijk 'ogni tanto' of 'a volte'.

'Ogni' = elk, elke
'Tanto' = veel
Het is dus niet erg logisch om op deze manier, met 'ogni tanto', soms te zeggen, maar ... het is niet anders!

'A volte' = per keren
Ook verre van logisch.

Om soms dus te oefenen, hier een aantal zinnen. Herhaal ze en paar keer en je zult merken dat 'ogni tanto' op z'n plek begint te vallen.

'Ogni tanto vado in vacanza in Italia' = Soms ga ik op vakantie naar Italie
'Andiamo in bici ogni tanto' = We fietsen af en toe
'A volte mi sbaglio' = Soms maak ik een fout
'Vedo i miei vecchi amici ogni tanto' = Ik zie mijn oude vrienden soms
'A volte tutto sembra facile' = Af en toe lijkt alles makkelijk
'Ogni tanto ho voglia di partire' = Soms heb ik zin om te vertrekken

Het woordje 'ogni' (elk/elke) gebruik je heel vaak. Omdat het op een 'i' eindigt denken veel studenten Italiaans dat het woord dat volgt ook op een 'i moet eindigen, maar dat is niet zo.
'Ogni donna' = Elke vrouw
'Ogni volta' = Elke keer
'Ogni anno' = Elk jaar

'Ogni tanto andiamo a cena fuori, ma non ogni settimana' = Af en toe gaan we uit eten, maar niet elke week
'A volte mi piace mangiare una pizza, ma non ogni giorno' = Soms heb ik zin in een pizza, maar niet elke dag