'Il pullman ci mette 3 ore' = de bus doet er 3 uur over
'Ci mettono troppo tempo' = ze doen er te lang over
'Ci si mette un giorno e mezzo' = men doet er anderhalve dag over
'Il traghetto ci mette solo una mezz'ora' = de veerboot doet er slechts een half uur over
'Metterci' in combinatie met een aanduiding van tijd betekent erover doen.
In de wij-vorm kan ook de 'ci' voorkomen bij 'mettersi' een wederkerend werkwoord dat aantrekken betekent:
'Ci mettiamo una giacca' = wij doen een jas aan
'Ci mettiamo comodi' = wij maken het ons gemakkelijk (in de zin van ergens gaan zitten)
'Ci mettiamo fuori' = wij gaan buiten zitten
'Ci mettiamo due sciarpe' = wij doen twee sjaals om
'Mi metto una giacca' = ik doe een jas aan
'Mettiti comoda' = maak het je gemakkelijk (als je tegen een vrouw praat)
'Loro si mettono fuori' = zij gaan buiten zitten
'Lui si mette due sciarpe' = hij doet twee sjaals om
Het verschil tussen 'metterci' en 'volerci':
'Ci metto un minuto!' = ik doe er een minuut over / 'Ci vuole un minuto' = het kost een minuut
'Ci vogliono 3 ore' = het kost 3 uur / 'Ci mettono 3 ore' = ze doen er 3 uur over
'Ci mettiamo poco' = het kost ons weinig tijd / 'Ci vuole poco' = er is niets voor nodig / er is niet veel tijd voor nodig
'Per arrivare in barca ci vuole molto tempo' = Het kost veel tijd om er met de boot aan te komen
'La barca ci mette molto tempo per arrivare' = De boot doet er lang over om er aan te komen
'Lui ci mette molto tempo per fare il lavoro' = Hij doet er lang over om het werk te doen
'Per fare il lavoro ci vuole molto tempo' = Het kost veel tijd om het werk te doen
'Ci vogliono sette giorni per riscaldare la piscina' = Het kost 7 dagen om het zwembad te verwarmen
'La piscina ci mette sette giorni per riscaldarsi' = Het zwembad doet er zeven dagen over om zich te verwarmen